Collection

VAN DOORSLAER ETIENNE

Etienne VAN DOORSLAER (Saint-Remy-les-Chevreuses (F), 1925) studeerde van 1942 tot 1949 aan het Sint Lucasinstituut te Gent. Hij was er onder andere studiegenoot van geestesverwant Dan Van Severen (°1927). Tijdens zijn voorbereiding op het monnikschap werd de kunst gedurende verschillende jaren naar het achterplan verschoven, tot Etienne Van Doorslaer intrad als Pater Maur in de Sint-Andriesabdij te Zeveneken (Sint-Andries-Brugge).

Na zijn priesterwijding verbleef hij echter in opdracht van de kloosterorde nog enkele jaren te Parijs (1960-1961), wat hem een ideale gelegenheid bood om via galeries en tentoonstellingen voeling te nemen met de toenmalige kunstwereld. Meer speciaal voelde hij een grote affiniteit met de Italiaanse abstracte kunstenaar Alberto Magnelli (°1888-1971), wiens werk gekenmerkt wordt door een subtiele en ongedwongen vlakverdeling en verfijnde kleurrelaties. Het was trouwens van Magnelli dat hij de raad kreeg om met olieverf te gaan werken in plaats van gouache. In de jaren 1963-1964 schilderde Etienne Van Doorslaer bijna hoofdzakelijk monochrome kleurvelden waarop los van elkaar staande vlekjes van een andere kleur animatie brengen. In het midden van de jaren ’60 hadden twee gebeurtenissen een grote impact op zijn werk. In de eerste plaats werd het contact met Dan Van Severen intenser, wanneer deze laatste een woning betrekt in de buurt van de abdij. In de tweede plaats verbleef Etienne Van Doorslaer voor het eerst gedurende een lange periode in California-USA (1965). Vanaf 1966 kreeg zijn werk dan ook een definitieve vorm : het verf gestippel werd vervangen door een continue en monochrome materie aanbreng, de kleurcombinaties maakten plaats voor de beperking tot de witten en subtiele grijzen en de oppervlakte van de schilderij kreeg een vlakmatige geometrisch-compositorische verdeling gebaseerd op repetitie en symmetrie. Etienne Van Doorslaer maakte in zijn werken gebruik van een rooster dat hij op het doek tekende door middel van houtskool. Aangezien de uitlijning van de vlakken gebeurde door smalle uitsparingen – wat bij de verfaanbreng een bijzonder arbeidsintensief proces is- zijn van deze aanzet soms nog duidelijk sporen aanwezig. De lichte gradaties en lichtverschuivingen in het werk van Etienne Van Doorslaer worden enerzijds verkregen door de manier van schilderen en anderzijds door het gebruik van kleur. Hij brak het wit met minuscule hoeveelheden rood, oker, blauw en soms groen zodat hij, naargelang de verhoudingen, grijstonen verkreeg met een nauwelijks waarneembare kleurzweem. Zijn schilderswijze was zeer gevarieerd met texturen die zowel verticaal, horizontaal, schuin, volkomen vlak of met een minimaal reliëf waren aangebracht. Het resultaat waren uitgepuurde, ascetische en contemplatieve schilderijen waarbij de compositie komt en gaat, opklaart en zich verbergt naargelang de lichtinval en de positie van de kijker.
Etienne Van Doorslaer leefde en werkte in de kloostergemeenschap van de Sint-Andriesabdij te Zeveneken. Tijdens de zomermaanden echter verbleef hij in de Saint-Andrews priory te Valyermo – California (USA)